Een docent-assistent van een christelijke middelbare school laat zich tijdens de viering van Paarse Vrijdag negatief uit over deze dag en de LHBTIQA+-gemeenschap die daarmee gesteund wordt. De werknemer wil geen paars armbandje aannemen en maakt een spuugbeweging naar de regenboogvlag. Ook zegt hij dat mensen van de LHBTIQA+-gemeenschap geestesziek zijn en in de hel zullen belanden.
Naar aanleiding van het voorval vinden meerdere gesprekken plaats tussen de docent-assistent en de school. De man weigert terug te komen op zijn uitspraken over de LHBTIQA+-gemeenschap. Daarop schorst de school hem eerst en verzoekt later de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
Verstoorde arbeidsverhouding of schending grondrechten?
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst van de docent-assistent op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer gaat tegen deze uitspraak in hoger beroep.
De docent-assistent is van mening dat de kantonrechter fundamentele grondrechten heeft geschonden door te oordelen dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Specifiek beroept hij zich op de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en het discriminatieverbod (Artikel 9, 10 en 14 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).
Hof: acceptabele beperking vrijheid meningsuiting
Het gerechtshof oordeelt dat er geen sprake is van discriminatie, maar wel van een beperking van de vrijheid van meningsuiting en godsdienst. Het gerechtshof toetst vervolgens of die beperking toelaatbaar is. De conclusie van het gerechtshof luidt als volgt:
De docent-assistent heeft door zijn gezag een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een schoolklimaat waarin leerlingen en personeel zich geaccepteerd voelen. Het gedrag dat hij heeft vertoond en zijn uitlatingen over de LHBTIQA+-gemeenschap zijn schadelijk voor het schoolklimaat. De beperking van vrijheid van meningsuiting en godsdienst is daarom acceptabel.
Daarbij komt dat de werknemer heeft geweigerd om zijn woorden terug te nemen. Daardoor kan de school er niet op vertrouwen dat hij zich in de toekomst in een soortgelijke situatie anders zal gedragen. Om deze reden is de arbeidsverhouding tussen de docent-assistent en de school ernstig verstoord geraakt. Daarmee is het ontslag gerechtvaardigd.
Bron: Gerechtshof Den Haag, 3 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1530
Dit artikel verscheen eerder op ORnet













