De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft een risicoanalyse uitgevoerd naar de bijmenging van schadelijke afvalstoffen in stookolie voor zeeschepen. Uit dit onderzoek blijkt dat ongewenste schadelijke stoffen inderdaad worden bijgemengd.
Dat komt mede doordat bestaande wet- en regelgeving ruimte biedt voor stoffen met mogelijk schadelijke effecten. Minister van Infrastructuur en Waterstaat Barry Madlener zegt hierover: "Hoewel de (internationale) regelgeving enige handvatten biedt om eisen te stellen aan de kwaliteit van stookolie, kan deze niet voorkomen dat stookolie stoffen bevat die vanuit maatschappelijk oogpunt ongewenst zijn. Kort gezegd, niet alles wat toegestaan is, is ook maatschappelijk wenselijk."
Bestaande kwalitatieve kaders ontoereikend
Het voornaamste operationele kader voor de gebruikskwaliteit van stookolie voor scheepvaart is ISO-standaard 8217. Deze standaard ziet echter voornamelijk toe op de functionele bruikbaarheid. Niet op de milieu-impact, of de gezondheidseffecten voor bemanningsleden. Ook vormt deze standaard geen directe wettelijke verplichting in Nederland.
Volgens het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL, specifiek Annex VI) mag brandstof geen enkele andere stof of chemisch afval bevatten die de veiligheid kan beïnvloeden. Het verdrag geeft echter geen algemeen aanvaarde standaard om te toetsen wanneer aan deze voorwaarde wordt voldaan.
Aan aanvullende kwalitatieve kaders wordt gewerkt
Er is behoefte aan aanvullende kaders om maatschappelijke wensen voor een schone en veilige omgeving te weerspiegelen. Volgens de onderzoekers zijn zulke aanvullende kwalitatieve kaders voor stookolie nodig én mogelijk. Dat staat in het onderzoeksrapport 'Naar een normenkader voor stookolie'.
Het onderzoek beveelt aan om de werkwijze in de keten te verbeteren, wettelijke kaders te verduidelijken en betere kwaliteitscontroles van stookolie in te voeren.
Madlener: "Dit vereist verdere stappen en afstemming met de verschillende stakeholders om beter te bepalen welke stoffen geweerd zouden moeten worden uit stookolie en op welk moment in de keten hiervoor controles moeten plaatsvinden. Aan de hand van deze verdere stappen zal bepaald worden of een wijziging van wet- en regelgeving benodigd is."
Verantwoordelijkheid in de sector
Om de verantwoordelijkheden in de keten inzichtelijk te maken, gaat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) de herkomst van stoffenstromen in beeld brengen. Er is gesproken met partijen uit de sector. Naar aanleiding hiervan volgt een verkenning naar welke kwalitatieve kaders mogelijk van toepassing zijn op verschillende stappen in de keten, maar nog niet optimaal benut worden.
De ILT gaat ervanuit dat bedrijven ondertussen niet stil blijven zitten. Het IenW verwacht van bedrijven dat zij hun eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen om bijmenging van schadelijke stoffen in stookolie te voorkomen. Daarom zal de ILT met bedrijven uit de stookolieketen in gesprek gaan.
Bron: Kamerbrief Onderzoek aanvullende kwalitatieve kaders Stookolie en ILT risicoanalyse











