Als jong ABVA-bestuurder was ik in 1967/68?? in het aloude NV-huis te Utrecht getuige van de nederlaag van de toenmalige NVV-voorzitter Kloos op dit punt. De grote bonden, m.n. de ABVA, wilden de eigen autonomie niet opgeven en niet opgaan in een nieuwe (toen al) ongedeelde vakcentrale. Het ziet er naar uit, dat het nu wel zou kunnen lukken: één vakcentrale, bestaande uit meerdere bonden per bedrijfssector.
Uitgangspunten zijn, dat de nieuwe organisatie o.a. meer jongeren trekt, dichter bij de werkvloer staat en nieuwe arbeidspatronen (zzp’ers) volgt.
Primair zijn dit opgaven voor de nieuwe bedrijfsbonden, waarbij de relatie met hun leden bepalend is.
Referendum i.p.v. bondsparlement
Voor de relatie tussen de “afzonderlijke bonden” en hun leden wordt echter uitsluitend een “referendum voor grote beslissingen” genoemd. Ik kan mij niet voorstellen, dat de leiders van de nieuwe bedrijfsbonden met een dergelijke gebrekkige democratische legitimering willen en kunnen werken.
Een bondsparlement met statutaire bevoegdheden, dat o.a. de eigen cao’s toetst, is essentieel. Probleem daarbij is echter dat de kritiek op de vakbeweging zich nu veelal richt op de huidige bondsparlementen c.q. bondsraden.
In de komende voorbereidingstijd zullen Jet Klijnsma c.s. dan ook globaal de eisen aan en taken van de bondsparlementen moeten vastleggen, willen de uitgangspunten van de nieuwe vakbeweging gerealiseerd worden. Daarbij zullen de volgende aandachtspunten van belang kunnen zijn:
- Het bondsparlement bestaat uit vertegenwoordigers van de bedrijven/instellingen in de bedrijfstak. Regionale/plaatselijke vertegenwoordiging verwijst naar sociale verbanden, die voor de arbeid niet meer functioneren.
- Georganiseerde leden van or’s van (dezelfde) bedrijven en instellingen hebben daarnaast een eigenstandige or-vertegenwoordiging.
- Bij beoordeling van cao’s hebben uitsluitend leden, die onder de betrokken cao vallen, stemrecht.
In tegenstelling tot andere West-Europese landen heeft de Nederlandse vakbeweging geen wettelijk recht om binnen de onderneming met de bedrijsleiding te overleggen over de organisatie en bedrijfsontwikkelingen. Alleen via de leden in de or kan – indirect – invloed op de onderneming uitgeoefend worden.
De vakbeweging heeft van deze mogelijkheid lang niet altijd optimaal gebruik gemaakt. Sterker nog de bonden hadden een blinde vlek voor het belang en de mogelijkheden van het or-werk.
Daarom pleit ik voor een statutaire eigen plaats van or-leden binnen de vakbeweging. Schep zo een band en mogelijkheden, die de wet niet geeft! Haal de ervaring en kennis van de or-leden structureel binnen en ontwikkel met hen nog meer aandacht en standpunten rond arbeidsomstandigheden, technologische en structuurontwikkelingen, m.n. binnen de onderneming. Voorwaarden voor werken op de werkvloer!
Reageren op dit artikel kan via or-informatie@kluwer.nl












